Het zal niet de enige keer zijn dat ik over een optreden op het meest legendarische festival uit de geschiedenis van de pop- en rockmuziek schrijf. Op 15, 16 en 17 augustus 1969 was Bethel, New York het decor voor het tot dan toe grootste muziekspektakel ooit. Bijna een half miljoen mensen kwamen, verdeeld over drie dagen, naar het idyllische dorpje, zo’n 65 kilometer van Woodstock (wegens problemen met buurtbewoners kon het festival niet plaatsvinden op de plek waar de organisatie het het liefst had gewild).
Het had niet veel gescheeld of Jimi Hendrix had helemaal niet op Woodstock gestaan. Problemen met zijn manager, vooral over het financiële gedeelte van het contract, weerhielden de gitarist er bijna van naar het festival af te reizen. Een extra optreden aan het begin van de zondag, solo, en het slotoptreden op diezelfde zondag met zijn band, de Experience, deden hem toch toehappen. De komst van, volgens velen, de beste gitarist aller tijden was hiermee een feit.
Het is zondag 17 augustus. Eigenlijk allang de nacht erop volgend, maandag dus, maar het festival zou drie dagen duren, dus het was gewoon nog zondag. Hendrix speelt de sterren van de hemel. Het publiek klapt mee, zingt mee en geniet zichtbaar. Midden in zijn gig presteert Jimi iets wat niemand ooit nog had aangedurfd.
Eerst even een kleine introductie in de hippiegeneratie. Men was fel tegen alles wat kapitalistisch was. Oorlog en de economie waren bijna scheldwoorden. Woodstock werd achteraf ook een soort protestfestival tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam. De slogan voor Woodstock was niet voor niets ‘three days of peace and music’. Kortom: een festival in Amerika, gericht tegen de Amerikaanse overheid.
Terug naar Hendrix. Tegenover honderdduizenden hippies durft hij het aan de Star Spangled Banner ten gehore te brengen. Het Amerikaanse volkslied op een festval tegen Amerika, het kon eigenlijk niet. Jimi deed het.
Minutenlang schalde het National Anthem uit de speakers. Hendrix speelt de sterren van de hemel, stemt tijdens een solo zijn gitaar en speelt een riff met zijn tanden. De beste gitarist ooit laat wederom van zich horen en het publiek houdt van hem, zijn muziek en zijn gitaar. Er is maar één man geweest die het kon maken om op zo’n festival, uiteraard met een gigantische sarcastische ondertoon, de Star Spangled Banner te spelen: Jimi Hendrix.